Vlammende gummibeer

Weet jij hoeveel energie er in snoep zit?
Vlammende gummibeer proefje

Opgelet!

Doe dit proefje onder toezicht van een volwassene.

Draag steeds labohandschoenen bij het gebruiken van KClO3.

Neem de nodige voorzorgsmaatregelen bij het verwarmen van het KClO3 en het toevoegen van de gummibeer. Gebruik vuurvaste handschoenen, een beschermende bril en een vuurgeschikte proefbuis.

Wat heb je nodig?

  • statief en proefbuisklem
  • grote, vuurvaste proefbuis 
  • een mespunt kaliumchloraat (KClO3)
  • een lange, smalle spatel
  • bunsenbrander en aansteker
  • één gummibeertje (voeg zeker niet meer brandstof toe) — knip de gummibeer overlangs in twee als je een smalle proefbuis gebruikt
  • kroestang
Vlammende gummibeer proefje2

Aan de slag!

Stap 1: Plaats de proefbuis in de klem, licht gekanteld en weg van jezelf/​toeschouwers. Doe met de spatel een mespunt kaliumchloraat in de bodem van de proefbuis.

Stap 2
: Verwarm het kaliumchloraat met de bunsenbrander. Blijf bewegen met de bunsenbrander, zodat de warmte verdeeld wordt. Wacht tot het goedje gesmolten is en begint te borrelen.

Stap 3
: Laat met de kroestang het gummibeertje in de proefbuis vallen. 


Wat gebeurt er?

Er ontstaat een steekvlam die meerdere seconden intens wit vuur geeft.

Vlammende gummibeer proefje3

Hoe zit dat?

Je kan vuur maken met de 3 elementen van de vuurdriehoek: 

  • Zuurstof
    Als je kaliumchloraat (KClO3) verwarmt tot ongeveer 400°C, vormt het kaliumchloride (KCl) en veel zuurstofgas (O2).
  • Brandstof
    In gummibeertjes zit suiker. Zoals je wel weet, bevat dat veel calorieën. Een calorie is eigenlijk een maat voor de hoeveelheid energie. Als je dus suiker verbrandt, dan komt er erg veel energie vrij. Dat maakt van de gummibeer een goede brandstof.
  • Warmte
    De bunsenbrander creëert dan weer veel warmte.

In dit proefje worden dus alle elementen van de vuurdriehoek samengevoegd met een spectaculair resultaat. Dankzij de grote hoeveelheid zuurstof zag je … een steekvlam! De gummibeer verbrandt en er komt CO2, water en energie vrij.

Proefje gummibeer

Wow!

In ons lichaam wordt ook glucose (een suiker) verbrand om energie te winnen. Daar gebeurt de verbranding bij een veel lagere temperatuur dankzij speciale eiwitten. Die eiwitten noemen we enzymen’.

Wiskunde, exacte wetenschappen en technologie:
A-stroom 6.29: De leerlingen leggen uit hoe stofomzettingen, stofuitwisselingen en energieomzettingen het functioneren van mens en dieren mogelijk maken.
B-stroom 6.10: De leerlingen brengen waarneembare fysische verschijnselen in verband met temperatuursveranderingen.
A-stroom 6.43 / B-stroom 6.27: De leerlingen gebruiken met de nodige nauwkeurigheid de gepaste meetinstrumenten, meetmethoden en hulpmiddelen om metingen, observaties, experimenten en terreinstudies uit te voeren.
Leercompetenties:
A-stroom / B-stroom 13.12: De leerlingen voeren een oplossingsstrategie systematisch uit i.f.v. een onderzoek of een probleem.
A-stroom / B-stroom 13.13: De leerlingen formuleren een antwoord op een onderzoeksvraag of hypothese aan de hand van aangereikte richtlijnen.
Chemie:
(2de graad) C16 De leerlingen kunnen in verbrandingsreacties, in synthesereacties met enkelvoudige stoffen en in ontledingsreacties van binaire stoffen oxidatie en reductie aanduiden aan de hand van elektronenuitwisseling.
(3de graad) C5 Het onderscheid tussen een evenwichtsreactie en een aflopende reactie illustreren.
Chemie:
(ASO) C2: Chemische reacties uit de koolstofchemie in verband brengen met hedendaagse toepassingen.