Drijven of zinken pitten?

Imponeer je gasten met dit adembenemende drankje!
Pitten

Wat heb je nodig?

  • Glas bruiswater, tonic of witte limonade (als het maar bruisend en doorzichtig is)
  • Citroen of rozijnen
  • Mesje (als je de proef met een citroen doet)
EXP Prik met pit JOKKO 05

Aan de slag!

Stap 1: Schenk het drankje van je keuze uit.

Stap 2:
Laat er een paar citroenpitten of rozijnen in vallen en kijk toe. 


Wat gebeurt er?

De pitten/​rozijnen stijgen en zinken, stijgen en zinken, enzovoort.

Pitten in een glas
zinken pitten

Hoe zit dat?

Om dat uit te leggen, moeten we het hebben over dichtheid. De dichtheid van stoffen bepaalt of iets zinkt of niet.

Elke stof bestaat uit hele kleine deeltjes die met elkaar de massa van de stof vormen. Die kleine deeltjes noemen we moleculen.

  • Hoe zwaarder de moleculen zijn en hoe dichter ze op elkaar zitten, hoe groter de dichtheid van de stof.
  • Hoe lichter de moleculen zijn en hoe verder de moleculen van elkaar af zitten, hoe kleiner de dichtheid van de stof.

De dichtheid van een stof kan je berekenen door de massa (in kg) te delen door het volume (in m³ of liter).

De pitten hebben een hogere dichtheid dan water/​tonic/​limonade. Daarom zinken ze. Maar éénmaal in de vloeistof, hechten zich koolzuurgas-bellen aan de pitten. Een pit-met-bellen heeft een groter volume, maar nog steeds ongeveer dezelfde massa. Het geheel heeft nu een kleinere dichtheid en stijgt op. Bovenaan ontploffen de belletjes en de pit zinkt weer.

Wow!

Drinkwaterbedrijven pompen lucht in het grond- of oppervlaktewater waar ze drinkwater van willen maken. De luchtbelletjes hechten zich aan kleine zwevende deeltjes in het water en die komen zo mee naar boven. In tegenstelling tot de zware pitten in ons drankje, blijven de kleine deeltjes kleven in het oppervlaktevlies van het water. Ze worden daar afgeschraapt. Deze techniek voor waterzuivering noemen we flotatie.

Wetenschap en techniek:
1.2 De kleuters tonen een explorerende en experimenterende aanpak om meer te weten te komen over de natuur.
Wetenschap en techniek:
1.1 De leerlingen kunnen gericht waarnemen met alle zintuigen en kunnen waarnemingen op een systematische wijze noteren.